Het lijkt soms alsof de hedendaagse literatuur gedomineerd wordt door verhalen vanuit een enkel perspectief, vaak ook nog eens (semi-)waargebeurd. Daartegenover staan schrijvers die juist met verve een complete gemeenschap neerzetten, met alle subtiele onderlinge verhoudingen en verschillende gezichtspunten die daarbij horen.

Vijf hedendaagse Duitstalige auteurs schreven van die rijkgeschakeerde boeken. Stuk voor stuk laten ze zien hoezeer wij bestaan in samenhang met en contrast tot anderen. Weg met die smalle enkelvoudige blik; deze boeken bieden een wereld om in op te gaan én om over na te denken.

Saša Stanišić – Vor dem fest / Nacht voor het feest (2014)

vertaald door Annemarie Vlaming

Dit is de meerstemmige roman op z’n best. Je blijft passages herlezen in deze roman over een Oost-Duits gehucht; omdat ze zo prachtig zijn verwoord, zo slim zijn opgebouwd of omdat ze je zo laten schaterlachen. Via uiteenlopende bewoners zien we hoe het dorp zich voorbereid op een groot traditioneel feest. De dorpelingen verschillen van elkaar in gedrag, taal, dromen en meningen, maar vormen toch ook samen een entiteit; regelmatig spreekt er een alomvattend ‘we’. Verbonden door recente en verre geschiedenis, gezamenlijke herinneringen en een elkaar-kennen, van kleins af aan. Stanišić laat je van zijn dorp en de bewoners houden en geeft je en passant iets mee over wat het is om onderdeel te zijn van iets wat groter is dan jezelf – een gemeenschap, een geschiedenis, een wereld.

De nacht voor het feest is een vreemde tijd. Ooit, vroeger, werd hij de tijd van de helden genoemd. We hadden toen weliswaar meer slachtoffers te betreuren dan helden te vieren, maar goed, het kan geen kwaad zo nu en dan ook het positieve te benadrukken.


Mariana Léky – Was man von hier aus sehen kann / Vanuit hier zie je alles (2017)

vertaald door Lucienne Pruijs

Luises oma droomt van een okapi, en uit ervaring weet het hele dorp: binnen 24 uur gaat er iemand sterven. Maar wie? In die paniek – die door de ogen van het nog jonge meisje tegelijk ook iets kolderieks en speels heeft – leren we deze kleine, hechte gemeenschap vol excentrieke personages kennen. Als de dood uiteindelijk toeslaat is dat niet het einde; Mariana Léky neemt een sprong in de tijd en toont alle dorpelingen opnieuw, gevormd door wat ze samen hebben beleefd. Luise is inmiddels een jonge vrouw, waarmee haar blik zowel sensitiever als scherper is, maar nog altijd is er die liefdevolle, speelse toon, ondanks de pittige thema’s die voorbijkomen. De personages hebben allemaal een kenmerk waarmee ze zich scherp onderscheiden, maar samen vormen ze een hechte eenheid, die meer is dan de som der delen.

Enkele mensen in het dorp vonden dat het nu de hoogste tijd was om een verzwegen waarheid op te biechten. Ze schreven ongewoon uitvoerige brieven, waarin sprake was van ‘altijd’ en ‘nooit’. Voor je sterft, vonden ze, moest je op de valreep op z’n minst oprechtheid aan de dag leggen.


Jenny Erpenbeck – Heimsuchung / Huishouden (2009)

vertaald door Elly Schippers & Gerrit Bussink

Een stuk grond aan een meer nabij Berlijn; er wordt een huis gebouwd, een tuin aangelegd, een botenhuis volgt. Bewoners en bezoekers komen en gaan en elk van die levens laat sporen na. Ze vertellen een persoonlijk verhaal, maar ook de grote geschiedenis: wereldoorlogen, wederopbouw, oost en west. Soms delen mensen iets zonder dat ooit van elkaar te weten: het genoegen van liggen op een zonverwarmde steiger, de zorg voor een bijenvolk. De enige die steeds terugkeert is de tuinman, die voor het land zorgt in de verglijdende seizoenen. Alles gaat voorbij, lijkt Erpenbeck te willen zeggen, grote en kleine pijn, persoonlijk leed en wereldleed. Dit wordt versterkt door de consistente stijl van de roman; verstilde details krijgen net zoveel aandacht als schokkende gebeurtenissen. Het effect is als van een film die aan je voorbijtrekt: we vangen een glimp op, en kijken weer verder, en langzaam kruipt het gevoel van vergankelijkheid onder je huid.

Elke zomer komen haar zussen met hun kroost een paar weken op de schol logeren, ze zwemmen, eten en wisselen recepten uit, zien hun kinderloze zus lachen en laten op hun beurt tijdens de middagrust hun lichaam in de schaduw smelten, ze ontspannen zich, zoals dat heet, maar soms zien ze er, hoewel ze zich absoluut niet inspannen, toch niet uit als vrouwen die zich ontspannen, maar meer alsof ze op iets wachten en het wachten hun zwaar valt.


Juli Zeh – Unterleuten / Ons soort mensen (2016)

vertaald door Annemarie Vlaming

Het ogenschijnlijk idyllische plattelandsdorpje Unterleuten komt onder hoogspanning te staan als de komst van een windmolenpark wordt aangekondigd. Het ene na het andere dominosteentje brengt de gemeenschap in rep en roer: botsende belangen en ballast uit het verleden drijven mensen uit elkaar, maar ook ontstaat er onverwachte toenadering en verwantschap. We kijken mee met enkele sleutelfiguren, die ieder een volstrekt eigen blik hebben op de gebeurtenissen, op de maatschappij – en op elkaar. Sociale satire ten top, want Zeh is scherp én grappig.

Voor Kathrin was Unterleuten meer dan een willekeurige stip op het aardoppervlak, waar tweehonderd individuen toevallig bijeen waren gekomen om samen te leven. Unterleuten was een leefruimte, een afkomst, een wereldbeschouwing zelfs. Leefruimten konden vergiftigd worden, een afkomst verwoest en wereldbeelden op hun kop gezet.


Robert Seethaler – Das feld / Het veld (2018)

vertaald door Liesbeth van Nes

Een Oostenrijks auteur tot slot. Uit de begraafplaats van het fictieve stadje Paulstadt klinken stemmen: de doden vertellen hun verhaal. Dat doen ze allemaal op hun eigen manier: de personages komen niet alleen tot leven door wát ze vertellen, maar ook door hóe ze vertellen. Sommige begraafplaatsbewoners overzien hun hele geleefde leven, sommigen houden zich bezig met een enkele herinnering; soms richten ze zich tot een specifieke nabestaande, soms tot een alomvattend publiek. Enkele verhalen haken in elkaar, geven een verrassend nieuw perspectief op karakters en gebeurtenissen. Anderen staan meer op zichzelf; de onopvallende levens, die in dit geheel toch niet onopgemerkt blijven. Alle verhalen samen geven een rijkgeschakeerd beeld van de kleine gemeenschap. Een humane roman vol prachtige vondsten.

Het was niet zo dat ik dom was en niet kon leren. Ik wilde alleen niet. ‘Lennie Martin, je hebt geen wil. Je hebt geen drang. Je bent luier dan de luiste aardappel in het vochtigste keldergat van de stad,’ zei mijn onderwijzeres. Ik heb nooit veel met haar ideeën opgehad, maar wat dat betreft had ze gelijk.