Waarom heeft een Russische roman over iemand die het liefste zo weinig mogelijk onderneemt al meer dan 150 jaar aantrekkingskracht op lezers wereldwijd? Wat zoeken en vinden zij? Een introductie tot Ivan Gontsjarovs Oblomov.

boekcovers Oblomov in het Spaans, Frans, Chinees, Nederlands, Engels en Turks

Oblomov is een van de beroemdste figuren uit de Russische literatuur. Hij is synoniem gaan staan voor luiheid – hoewel daar wel iets op af te dingen is. De adellijke Ilja Iljitsj Oblomov stelt uit wat hij uit kan stellen en verschijnt nergens waar hij niet hoeft te verschijnen. De zorgen in zijn leven schuift hij het liefst zo ver mogelijk voor zich uit, nieuwe indrukken gaat hij uit de weg. Maar dat betekent niet dat Oblomov gedurende de roman alleen maar passief is, en ook niet dat hem niets overkomt: zijn beste vriend en tegenpool Andrej Ivanovitsj Stolz probeert hem bij ‘het leven’ te betrekken, anderen proberen misbruik van hem te maken, en dan komt er ook nog liefde op zijn pad…

Eerste publicatie

Al bij verschijning in 1859 was Oblomov in eigen land een succes. Dat kwam niet uit het niets: Ivan Gontsjarov was al een gevierd auteur, grootheden als Tolstoj en Dostojevski lieten zich lovend uit over zijn talent. Het Russische publiek had Oblomov bovendien al een beetje leren kennen, omdat Gontsjarev in 1849 een verhaal had gepubliceerd met de titel Oblomovs droom – het is in de roman opgenomen. De roman werd gewaardeerd om de psychologische karakterschets, maar ook om de symboliek die sommigen erin lazen.

Oblomov als psychologisch portret

Het etiket ‘psychologische roman’ wordt soms wat makkelijk geplakt, maar Gontsjarov heeft met Oblomov werkelijk het karakter van zijn hoofdpersoon, en de reacties van zijn omgeving daarop, heel gelaagd uitgewerkt. Oblomov is namelijk niet zomaar een luiaard. Hij is vooral iemand die moeite heeft om iets te ondernemen. Gontsjarov verklaart dit deels door zijn jeugd: beschermd en verwend opgegroeid als zoon des huizes op een landgoed, heeft hij zich nooit hóeven inspannen. Maar er speelt meer dan alleen een gebrek aan opvoeding. Hij heeft een afkeer van de waan van de dag; dingen die je gezien of gedaan móet hebben, plekken waar je geweest moet zijn… het interesseert hem niets. In die desinteresse schuilt ook een angst voor verandering en vernieuwing. Tegelijkertijd zie je in zijn gedrag ook steeds aarzelingen die meer uit onhandigheid en onvermogen voortkomen. Hij weet niet zo goed hoe hij zich moet gedragen, hoe hij problemen moet aanpakken. Daarnaast heeft Oblomov moeite om zich te conformeren naar verwachtingen van anderen, waarop hij instinctief reageert met, inderdaad, nietsdoen. Daartegenover staat de kordate Stolz, die Oblomov er steeds van probeert te overtuigen dat het interessant is om te lezen, te reizen, het theater te bezoeken, maatschappelijk actief te zijn. Hij helpt zijn vriend op cruciale momenten uit de problemen, maar kan een ding niet: hem accepteren zoals hij is. Die tegenspeler geeft extra diepte aan het portret van Oblomov.

Oblomov als symbool

Hoewel Oblomov al vanaf het begin als psychologisch portret werd gewaardeerd, waren er ook critici, die meer in de roman lazen. Zij zagen de toestand waarin Oblomov verkeerde als symbool voor het vermoeide, feodale Rusland. Oblomov als personificatie van de landadel die in het verleden blijft hangen, nutteloos geworden, niet in staat om de moderne tijd (in de persoon van Stolz) te omarmen. Die symbolische lezing vond navolging. Lenin sprak graag over Oblomov als een kracht die de transformatie van de Russische maatschappij tegenhield, en ook Gorbatsjov haalde, sprekend over de tegenkrachten van zijn perestrojka, Oblomov aan.

Oblomov over de grens

Oblomov spreekt ook buiten Rusland tot de verbeelding. De roman is in ieder geval in meer dan twintig talen vertaald, als je alleen al kijkt naar de eigen lemma’s die het boek heeft op Wikipedia. In de afbeelding hierboven zijn omslagen te zien van (met de klok mee) Spaanse, Franse, Chinese, Nederlandse, Engelse en Turkse edities. Overigens absoluut fascinerend dat de Chinese editie als enige voor een actieve scene op het omslag heeft gekozen, in plaats van een verwijzing naar het nietsdoen – er zijn ook wel omslagen waarbij een man wat getergd voor zich uit kijkt, maar zo handelingsgericht heb ik verder geen enkel omslag gezien.
Oblomovs verovering van West-Europa is trouwens niet heel vlot gegaan. Er was wel al een vroege Duitse editie (1868), maar Frankrijk kwam daar pas twintig jaar later achteraan met een verkorte editie, en het Engelse taalgebied moest zelfs tot 1915 wachten. Inmiddels heeft Oblomov onmiskenbaar zijn plek in de canon van de wereldliteratuur.

Oblomov in Nederland

Nederlandse lezers konden pas in 1938 voor het eerst in eigen taal met Oblomov kennismaken. Dat heeft niet te maken met een gebrek aan interesse voor Russische literatuur in ons land, want van Tolstoj, Dostojevski en Toergenjev waren wel al veel vroegere vertalingen beschikbaar. Oblomov is dus wat schoorvoetend bij ons doorgedrongen, passend bij zijn afwachtende levenshouding. Zelfs de term ‘oblomovisme’ is bij ons in het woordenboek terechtgekomen, als ‘extreme lamlendigheid’, maar ik geloof niet dat het zich in ons taalgebruik heeft genesteld – iemand het ooit horen gebruiken? Er zijn op dit moment twee vertalingen beschikbaar in redelijk recente druk: bij LJ Veen Klassiek en bij Van Oorschot.

Oblomov als spiegel

Maar wat zien al die lezers overal ter wereld nu in Oblomov? Ik denk dat het ervan afhangt, of je zelf meer van Oblomov of meer van Stolz in je hebt. Ik sprak eens iemand met een rijk en actief leven die zoveel antipathie voelde bij de roman, dat het haar niet eens lukte om hem uit te lezen. Anderen vinden er juist veel herkenning. Een beroemd voorbeeld is dat van kunstverzamelaar Peggy Guggenheim; zij vond dat haar geliefde, schrijver Samuel Beckett, op Oblomov leek. Blijkbaar was hij het met haar eens, want enkele van zijn brieven aan haar ondertekende hij met ‘Oblomov’.
Dat Oblomov geen zin heeft om zich met de waan van de dag bezig te houden, zal weerklank vinden bij mensen die genoeg hebben van de druk-druk-druk-cultuur, terwijl zijn uitstelgedrag zo algemeen menselijk is, dat iedereen zichzelf er misschien wel eens op betrapt.

Oblomov in deze tijd

Een fascinerend project is Ik, Oblomov uit 2018 van de Japanse fotograaf Ikuru Kuwajima. Hij fotografeerde zichzelf languit liggend op banken en bedden in Rusland, Oekraïne, Kazachstan en Kirgizië. Hij roept de vraag op of Oblomovs lethargie luiheid is of ‘stoïcijnse wijsheid’ en merkt dat hij er in ieder geval ook door wordt overvallen: “Ik sloot me aan bij talloze moderne Oblomovs, crises wegslapend, levend in onze dromen.”
Hij geeft daarmee een interessante hedendaagse draai aan Oblomovs onvermogen om het leven aan te gaan, waarbij het probleem meer in de imperfecte buitenwereld ligt, dan in het individu.

Het project van Kuwajima laat zien dat de roman ook in onze tijd nog weerklank vindt. En er zijn meer popculturele verwijzingen: de populaire Tsjechische zanger Tomáš Klus baseerde in 2014 nog een lied op Oblomov.

Een andere interessante recente echo is te vinden in de roman My year of rest and relaxation uit 2018 van de veelbesproken Amerikaanse auteur Ottessa Moshfegh. Hierin brengt een jonge vrouw zichzelf met slaapmiddelen zover mogelijk in een winterslaap. Het heeft Oblomov opnieuw onder de aandacht gebracht, omdat veel recensenten op de overeenkomst wezen. Toch noemt de auteur zelf het niet boek niet als inspiratiebron. Wel laat deze moderne Oblomov zien hoe universeel het oblomovisme is. Ondertussen verdwijnt de oorspronkelijke roman niet naar de achtergrond: The New York Times plaatste Oblomov in maart 2020 in een lijstje ‘comforting classics’ in coronatijd. En zo blijft deze ultieme rustzoeker onder ons, wereldwijd.