De cadeautjes van Lydia Davis

Sommige mensen zijn uitzonderlijk goed in cadeaus geven: zorgvuldig verpakt presentjes, waar vervolgens ook echt iets waardevols inzit. Iets waar je iets aan of mee hebt. Zo’n cadeautjesuitdeler is Lydia Davis, grootheid van het écht korte verhaal.

portret lydia davis

Lydia Davis geeft elk verhaal de ruimte die het nodig heeft; soms een paar regels, soms een paar pagina’s. Ze volgt een idee tot ze het helemaal heeft uitgedacht, en stopt dan. Misschien klinkt dat niet zo uitzonderlijk, maar zowel het consequent uitdenken als het op tijd stoppen zijn bijzondere gaven. Je zult haar niet snel betrappen op ‘vulling’ die alleen maar dient om de verhaallijn vooruit te brengen. Al is het maar omdat haar stukken niet per se draaien om de verhaallijn. Dat ze zo vrijmoedig haar gedachten volgt, zonder dat er een verhaal in de traditionele zin van het woord hoeft te ontstaan, maakt haar werk opvallend licht, en vaak hilarisch.

Uitgeplozen muizenissen

Gelukkige herinneringen beschrijft bijvoorbeeld de muizenissen van iemand die zich afvraagt of ze wel genoeg gelukkige herinneringen heeft om op te teren, als ze oud is. Diens gedachten worden helemaal uitgeplozen; te beginnen met een aandoenlijke opsomming van pleziertjes – zoals snoepen en lezen tegelijk – die géén gelukkige herinnering zullen worden, omdat er geen anderen bij betrokken zijn. Vervolgens graaft de verteller in het geheugen naar gedeelde momenten:

Ik heb een gelukkige herinnering aan het stilzetten van mijn auto langs de kant van de weg om met een vrouw over haar tuin te praten. Ik praat met mensen die op het postkantoor werken en bij de drogist, en ik praatte altijd met de mensen van de bank voordat ze een pinautomaat in de lobby zetten.

Zo’n passage vind ik ‘typisch Davis’, mooi in elkaar vallende vondsten, die samen een komisch en tegelijk weemoedig effect hebben. Gaandeweg geeft ze de ik-figuur steeds meer contour, en het is niet bepaald een klassieke held, vol van dadendrang en avontuur. Integendeel:

Er zijn een paar keren geweest dat we in de tuin werkten met het hele gezin die een goede, gelukkige herinnering kunnen worden. Op een avond samen een ingewikkelde maaltijd bereiden is tot dusver een gelukkige herinnering. Er was een leuk uitstapje naar een warenhuis.

Ik vind het prachtig dat Lydia Davis ons meeneemt in zo’n klein, onopvallend leven; onze aandacht wordt al vaak genoeg naar de uitzonderlijken, de heldhaftigen en de geslaagden getrokken. Maar in dat kleine leven zijn ook raadsels, die ze onopgelost laat:

Mijn moeder en ik hebben ooit samen de trein naar Newcastle genomen met een stuk steenkool.

Zo houdt ze ons alert, geeft een klein doorkijkje naar het zo vaak onderhuids aanwezige absurdisme (in haar werk, in het leven in het algemeen). Wat mij betreft laat zo’n zin ook zien hoe elk leven eigenlijk complexer is dan het aan de oppervlakte lijkt, maar dat is mijn voortvloeiende gedachte, niet per se wat de schrijver erin heeft gelegd.

Alledaags absurdisme

Het is zo’n herkenbare gedachte, het schiet vast door iedereen wel eens heen: hoe zal ik later terugkijken op mijn leven? De vasthoudendheid waarmee de verteller haar geluksmomenten overpeinst wordt gaandeweg echter dwangmatiger, bevreemdender. Het is een van die momenten waarop Davis het absurde in het alledaagse voor ons blootlegt:

Je moet er op de een of andere manier voor zorgen dat niets de gebeurtenis bederft terwijl die plaatsvindt, en daarna dat ze niet door een latere ervaring wordt uitgewist.

Binnen de kleine drie pagina’s die het verhaal beslaat, zien we uit parels van zinnen een driedimensionale persoon verrijzen, kennen we diens beslommeringen, omstandigheden en levenshouding. En zijn we zelf aan het denken gezet. Als dat geen perfect cadeau is!

Geen klassieke helden

In Gelukkige herinneringen komt veel van de kracht van Lydia Davis samen. Wat mij betreft zijn de beste schrijvers degenen die conventies doorbreken, en dat doet ze met verve. Ze laat zich nooit verleiden om een klassieke held op te voeren, die de klassieke heldenstappen doorloopt. Eerder steekt ze er de draak mee, bijvoorbeeld in het verhaal Bijzonder (dat ik in z’n geheel citeer):

Wij weten dat we heel bijzonder zijn. Maar we proberen er voortdurend achter te komen in welk opzicht: niet in dit opzicht, niet in dat opzicht, maar in welk opzicht dan wel?

Je ziet hierin ook weer dat alledaags absurdisme terug wat haar werk zo kenmerkt en waar ik zo blij van word. Het is een erkenning van hoe raar wij mensen eigenlijk zijn. Alle mensen, ook diegenen die zo hun best doen om binnen de lijntjes te leven van wat ‘normaal’ wordt gevonden. Hier een heel lief voorbeeld, ook weer zo’n consequent doorgedacht idee, het complete verhaal Het hondenhaar:

De hond is niet meer. We missen hem. Als de deurbel gaat, blaft er niemand. Als we laat thuiskomen, wacht er niemand op ons. Her en der in huis en op onze kleren vinden we nog steeds zijn witte haren. We pakken ze op. We zouden ze moeten weggooien. Maar ze zijn alles wat we nog van hem hebben. We gooien ze niet weg. We koesteren een dwaze hoop: als we er maar genoeg verzamelen, zullen we de hond weer in elkaar kunnen zetten.

Compassie

De warmte in dit verhaal vind ik mooi: de compassie van de eigenaren voor hun hond, maar ook van de schrijver voor haar personages. We kunnen erom lachen, maar het wordt geen uitlachen. Het raakt me op dezelfde manier als dat ‘Ik heb een gelukkige herinnering aan het stilzetten van mijn auto langs de kant van de weg om met een vrouw over haar tuin te praten.’ Het heeft allebei iets kwetsbaars. Kleine, vriendelijke emoties die de moeite waard zijn om ook eens bij stil te staan.
Je ziet in dit verhaal ook goed hoe mooi haar zinnen in elkaar vallen, onvermijdelijk opbouwend naar de clou. Elk woord is weloverwogen. In een stukje in The Atlantic vertelt ze hoe ze tot haar manier van schrijven is gekomen, en laat ze in een voorbeeld zien hoe ze haar woorden kiest. Dan zie je hoe hoog ze de lat voor zichzelf legt.

Het slot van Het hondenhaar heeft ook weer een sprankje van dat alledaags absurdisme, maar Lydia Davis stapt ook weleens de grens over naar surrealisme, als het idee dat ze volgt daarom vraagt. Dit is het complete verhaal Een rare opwelling:

Ik keek door mijn raam naar de straat beneden. De zon scheen en de winkeliers waren naar buiten gekomen om in de warmte te staan en naar de voorbijgangers te kijken. Maar waarom hielden de winkeliers hun handen over hun oren? En waarom renden de mensen op straat alsof ze werden achtervolgd door een vreselijk schrikbeeld? Algauw werd alles weer normaal: het incident was niet meer dan een moment van waanzin geweest waarin de mensen de frustratie van hun leven niet konden verdragen en hadden toegegeven aan een rare opwelling.

Het is een van mijn favorieten, omdat het met zoveel humor, op zo’n onverwachte manier iets blootlegt over wat het is om mens te zijn, waarbij ook nog eens elk woord, elke zin precies past. Perfecte timing. En weer voel je die warmte.

Radicaal, toegankelijk

Lydia Davis maakt geen enkele knieval naar regels of conventies, ze trekt zich niets aan van wat een verhaal ‘hoort’ te zijn. Het is nooit een invuloefening, waardoor je ook nooit precies weet wat je kunt verwachten. Dat ik nu een aantal kenmerkende elementen heb uitgelicht – warmte, humor, absurdisme – betekent niet dat ze schrijft volgens recept. In plaats van warm kan ze ook snoeihard en duister zijn. De humor kan plaatsmaken voor tragiek, het absurdisme voor kaal realisme. En toch is ze heel toegankelijk. Iedereen die ook maar een beetje van lezen houdt, kan plezier beleven aan haar werk. Dat is knap.

Dat de verhalen van Lydia Davis ‘werken’, merkte ik bij een voorleesavond die ik in maart 2019 voor Bind organiseerde. Niemand in het publiek kende haar naam, niemand wist dus wat te verwachten. Bij elk van de zeer korte verhalen zag ik dat het iets deed met de luisteraars, of het nu een gevoel van verrassing, bevreemding of herkenning was, of alle drie door elkaar. Gevolgd door een lach. Er werd na afloop over nagepraat; het zijn verhalen waar je het met elkaar over wilt hebben. En mensen zeiden tegen elkaar: dit wordt een gelukkige herinnering.

Luister naar een korte podcast over Lydia Davis, inclusief voordracht uit de Bind-voorleesavond.

Alle geciteerde fragmenten in de vertaling van Peter Bergsma, uit de verschillende bundels van Lydia Davis die zijn verschenen bij Atlas Contact.