Met een stofdoek langs Carry van Bruggen

Op de plek waar ooit het belangrijkste literaire erfgoed van Zaandam stond, is nu een troosteloos, grotendeels leegstaand winkelcentrum gevestigd. Het ‘huisje aan de sloot’, waar Carry van Bruggen een verhalenbundel op baseerde, is niet meer.

In dit weggevaagde huisje groeiden zus en broer Carry van Bruggen en Jacob Israël de Haan aan het einde van de negentiende eeuw op. Meerdere malen per week loop ik langs de lege puien van dit winkelcentrum, op mijn route tussen treinstation en thuis. Van alle literaire plaatsen waar ik ooit ben geweest, is dit de meest treurige.

Afstoffen van het monument voor Carry van Bruggen in ZaandamAan de sloophamer van de jaren zestig valt niets meer te doen, maar iets van gerechtigheid is er wel, want sinds de jaren negentig is er een monument voor Carry van Bruggen in Zaandam. Het beeld staat wat verloren op een stukje groen in een woonwijk, langs een sloot, dat wel. Het oogt in eerste instantie lief en uitnodigend: een boekenkast, wat voorwerpen. Toen ik het voor de eerste keer bekeek, zag ik dat het stoffig was van spinrag. Ik nam me voor om een volgende keer een stofdoek mee te nemen, een bescheiden eerbetoon aan die grote schrijver uit mijn stad.

Tijdsbestendig werk?
Dat voornemen schoof ik voor mij uit, tot ik door een samenloop van omstandigheden weer intensief met haar werk in aanraking kwam. * Een periode was ik door Carry van Bruggen gefascineerd geweest, maar haar boeken had ik al jaren niet meer ingekeken. Ik vroeg me af of ik ze nog de moeite waard zou vinden – herlezen is soms een confronterende bezigheid. Is het werk van Carry van Bruggen tijdsbestendig? Ik ben niet de enige die zich dat afvraagt: elke paar jaar staat er iemand op die zich over deze vraag buigt. Maar een grote herwaardering komt niet van de grond. Is haar werk ‘te moeilijk’, ‘te gedateerd’?

Laat ik eens stellig zijn: nee. Het is niet te moeilijk en niet te gedateerd. Ik herlas haar korte verhalen in ‘Avontuurtjes’ en ‘Het huisje aan de sloot’ en vond sommige stukken nog steeds verbluffend mooi, mooier misschien nog dan ik ze eerder vond. Het werk van Carry van Bruggen heeft ook vandaag de dag nog bestaansrecht. Maar – ja, er komt toch een maar – het is geen werk waar je makkelijk voor valt. Ik wil met één verhaal laten zien wat ik bedoel: ‘Hooi voor warme voeten’, uit ‘Het huisje aan de sloot’.

Sommige van haar verhalen hebben een lange aanloop, maar ‘Hooi voor warme voeten’ begint meteen met een verhitte woordenwisseling.

‘Vader heeft het toch zelf gezegd!’
‘Dan weet je vader er niets van of jij hebt je vader verkeerd begrepen. Hooi voor warme voeten, wie heeft er ooit van gehoord.’
Hier en daar in de klas wordt gelachen, ze weet niet wie het doet, ze durft niet opzien en houdt vuurrood haar hoofd over haar boek gebogen.

Een meisje in de klas, dat wordt terechtgewezen door haar meester en uitgelachen door haar klasgenootjes – wie leeft er niet met haar mee? Alleen een wat ouderwetse constructie als ‘ze durft niet opzien’ is misschien een klein hobbeltje, maar ik denk dat de meeste lezers wel zullen vervolgen. Het meisje denkt terug aan de eerdere keren dat ze is uitgelachen en dan komt onder meer deze herinnering voorbij:

Woensdag hebben ze zinnetjes gemaakt met ‘om’ en ‘over’ en ‘in’ en ‘voor’ en meer van die kleine woordjes, die heel veel betekenen, omdat ze de dingen aan elkaar verbinden… ‘aan’ was er ook bij. En zij schreef: ‘Moeder doet zout aan het eten.’ Ze heeft dat thuis zó vaak gehoord -, soms vraagt moeder plotseling aan zichzelf: ‘Heb ik wel zout aan de aardappels gedaan?’ en soms aan Vader: ‘Is er aan de peertjes wel suiker genoeg?’ ‘In’ zegt moeder als het koffie is, maar ‘aan’ als het eten is – en dat is fout, het moet altijd ‘in’ zijn, en alleen de Joden, zegt de meester, zeggen ‘aan’ als het ‘in’ moet wezen. Toen werd er natuurlijk weer gekeken en gefluisterd en gelachen in de klas en ze kreeg een kleur, en als dat telkens gebeurt en als ze dan altijd zo kijken en fluisteren en lachen, dan zal ze het op het laatst niet meer durven zeggen als ze iets bijzonders weet.

Opnieuw bespeelt Carry van Bruggen het medeleven van de lezer – bij mij werkt het in ieder geval, ik heb erg met het meisje te doen. Heel terloops laat ze ook het antisemitisme van de meester doorschemeren, een terugkerend thema in haar werk. Haar taal is hier helder, en met uitzondering misschien van het wat plechtige ‘Vader’ en ‘Moeder’ is er niets gedateerd aan deze passage.

Vastleggen van kleine levens
Vervolgens denkt het meisje terug aan het moment, waarop haar vader zei dat hooi goed is voor warme voeten. Het was de dag waarop de keizer een boottochtje maakte over de Zaan, en het volk uitliep om te kijken. Dit moet de verbannen Duitse keizer Wilhelm II zijn geweest, maar in het verhaal wordt dit niet verder toegelicht en het doet er ook niet toe. De verhalen van Carry van Bruggen gaan niet over de grote namen uit de geschiedenis, ze legt juist de kleine levens vast. In de beschrijving van deze dag laat ze zich gaan in wijdvertakte zinnen – en die stijl is waarom hedendaagse lezers haar soms ‘niet om door te komen’ noemen.

‘s Morgens was het al zo melkachtig aan de horizon en dan wist je het wel, dan werd het weer zo’n kleverige dag. Op zulke dagen zie je boven de polder de lucht van de hitte trillen, alles hangt slap en loom.. Om beneden tegen de dijk of onder een boom te liggen, waar nog niet is gemaaid en waar het gras met wat erin bloeit zo heerlijk ruikt -, anders dan gewone, frisse bloemengeur, kaneel-achtig zoet en slaperig-makend – daarvoor is zo’n dag wel goed, maar moet je in die hitte lopen, dan gloeit je gezicht en je voeten worden geroosterd.

Voor geduldige lezers valt er genoeg te genieten – dat het ‘melkachtig’ is aan de horizon vind ik bijvoorbeeld mooi, en passend bij die ‘kleverige’ dag. En die lange zin waarin ze met steeds verhevener woorden de graslucht beschrijft, om vervolgens heel praktisch en nuchter te constateren dat ‘je voeten worden geroosterd’ maakt een glimlach los. Een mooi spel met contrast. Maar ik kan me voorstellen dat er lezers zijn die zich hier aan ergeren; zeker in deze tijd, waarin snel to-the-point komen een verdienste is; en zeker in Nederland, waar de ‘kale zin’ zo hoog wordt gewaardeerd.

Carry van Bruggen neemt de tijd om de dag verder te beschrijven; als je er even voor gaat zitten, kom je helemaal in de leefwereld van het meisje – of je gooit het boek in een hoek. Dat laatste zou zonde zijn, want zoals vaak in haar werk zit het venijn in het einde.
Vader dekt de voeten van het meisje en haar tweelingbroertje toe met hooi. Hij zegt dat dit is om ze te verkoelen – en dat is nu juist wat de meester tegenspreekt. Als het meisje dit later aan haar moeder vertelt, wordt de werkelijke reden duidelijk:

‘Heeft Vader toen hooi over jullie voeten gedaan?’
‘Ja zeker, moeder, ja zeker!’
Moeder staat even voor zich uit te denken.
‘Zat er toen naast jullie een dikke boerin?’
‘Ja, met twee dikke dochters. En ze hadden aan hun onderrokken prachtige kant en rode kralensnoeren met goud en er kwam een hele wolk warmte van ze af toen ze zitten gingen, die ook naar eau-de-cologne rook..’
‘Daarom deed Vader hooi over jullie schoenen.’
‘Om die boerin en die twee dochters?’
‘Ja, want ze keken telkens zo.. naar jullie schoenen.. en jullie schoenen waren zo stuk.’

Juist omdat we het kleine avontuur van het meisje een tijdje met haar hebben meebeleefd, inclusief allerlei details en gedachten, komt deze clou hard aan. Het meisje was opgegaan in een bijzondere dag, en ondertussen voelde haar vader zich steeds opgelaten, omdat andere toeschouwers een oordeel velden over hun armoede. Het is een subtiel verhaal, de moraal wordt er niet ingeramd, maar de pijn zit er wel. Ik denk dat ook nu – misschien zelfs juist nu – dit soort subtiele, rustig opgebouwde verhalen aandacht verdienen.

Detail monument Carry van Bruggen in Zaandam, vrouwenfiguurIn het monument voor Carry van Bruggen in Zaandam zit ook een subtiel venijn. Als je meer dan vluchtig kijkt, zie je dat uit een van de voorwerpen op de boekenkast een vrouwenfiguur tevoorschijn komt. Ze lijkt zich te verheffen uit haar omgeving, met een vastberaden, misschien zelfs gepijnigde blik. Met liefde poets ik Carry van Bruggen op – en niet alleen haar beeld, maar ook haar werk.

Nieuwsgierig naar het hele verhaal ‘Hooi voor warme voeten’? Het is gratis beschikbaar in de digitale bibliotheek van de Nederlandse letteren (DBNL). In de passages hierboven heb ik de spelling gemoderniseerd.

* Op 19 november 2017 mag ik een introductie op Carry van Bruggen en Jacob Israël de Haan geven in ‘Mens, durf te lezen’, de Literaire Salon van de Zaanstreek in het Zaantheater. De bevlogen producent Anita Gundlach wil op deze middag met een veelzijdig programma laten zien dat de twee nog steeds zeer de moeite waard zijn – en dat je geen hele studie nodig hebt om hun werk te waarderen.

Foto’s: Di-Lan Sun

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *